Domotica & smarthome
Met een domotica- of smarthomesysteem worden de elektrische toepassingen in een woning geautomatiseerd en op elkaar afgestemd, meestal via een centrale aansturing. Zo wordt het wooncomfort en de beveiliging verhoogd, en wordt het energieverbruik geoptimaliseerd.

Basisprincipes: domotica en smarthome
De termen 'smarthome' en 'domotica' worden vaak door elkaar gebruikt. Hoewel het centrale principe hetzelfde is, is er toch een miniem verschil.
- Domotica slaat op het automatiseren van de bediening van elektrische apparaten afzonderlijk.
- Een smarthomesysteem gaat een stapje verder naar een geïntegreerd systeem met een volledig universele bediening waarbij alles met elkaar verbonden kan worden.
- En een energiebeheersysteem (EMS)? Die focust op meten en sturen van energie. Aansturing is mogelijk, maar minder doorgedreven dan bij een smarthomesysteem.
Toestellen kunnen daarnaast vandaag ook vaak afzonderlijk via een app bediend worden (zoals een thermostaat of ventilatie).
Wat houdt het in?
Een smarthomesysteem kan functies integreren zoals:
- verlichting;
- verwarming en koeling;
- ventilatie;
- zonwering;
- beveiliging;
- energiemonitoring.
Alle elektrische functies worden opgenomen in één beheersysteem:
- sensoren (drukknoppen, bewegingsmelders, thermostaten, sensoren…) sturen signalen naar het systeem;
- actoren (relais, dimmers, motorsturingen…) voeren de opdrachten uit.
Hierdoor kunnen meerdere functies gecombineerd worden, zoals scènes (alles uit, nachtstand…), tijdsturing, aanwezigheidssimulatie, automatische regeling van verlichting of zonwering, ...

Verschil met een klassieke installatie
In een klassieke installatie vertrekken 230V-voedingskabels vanuit de zekeringkast naar stopcontacten en schakelaars. Een schakelaar onderbreekt rechtstreeks de stroom naar een verbruiker.
Bij een smarthome is dat anders:
- naast voedingskabels zijn er datakabels (groene buskabels, zoals EIB/KNX);
- drukknoppen sturen geen stroom maar een signaal;
- de verwerking gebeurt in modules in de verdeelkast of in intelligente componenten.
Hierdoor kan men functies softwarematig aanpassen zonder nieuwe bekabeling.

Centraal of decentraal systeem
Centraal systeem
- Eén centrale controller in of bij de verdeelkast;
- sensoren en actoren in sterconfiguratie aangesloten: elke sensor of actor heeft een rechtstreekse verbinding met de centrale;
- de centrale verwerkt alle signalen en stuurt de uitgangen.
In de centrale zit een module met een USB- of ethernetinterface, of een 'gateway to internet'. Via deze module wordt een computer aan de centrale gekoppeld, en met de juiste software wordt het programma voor de woning geschreven.
Decentraal systeem
- Geen centrale verwerkingseenheid;
- intelligentie zit in sensoren en actoren zelf;
- componenten communiceren via een buskabel of draadloos;
- bij activatie zet een sensor een signaal op de bus;
- de juiste actor reageert.
Via een USB- of ethernetinterface, of via een gateway naar internet geïntegreerd in een module, wordt een computer gekoppeld aan de kabel. Alle aangesloten componenten worden zo geprogrammeerd.

Communicatie en protocollen
Communicatie gebeurt via een protocol dat bepaalt hoe toestellen gegevens uitwisselen en met elkaar samenwerken. Enkele gekende voorbeelden zijn:
- KNX (open busprotocol): bekabeld smarthomeprotocol waarbij alle componenten via een buskabel met elkaar communiceren;
- Zigbee: energiezuinig draadloos netwerkprotocol voor sensoren en slimme toestellen in woningen;
- Bluetooth: kortbereik draadloze communicatie, vaak gebruikt voor rechtstreekse bediening via smartphone;
- Wifi of ethernet: netwerkgebaseerde communicatie via het thuisnetwerk of internet.
Er bestaan:
- open protocollen: meerdere merken kunnen compatibele toestellen ontwikkelen;
- gesloten protocollen: enkel componenten van één fabrikant werken samen.
Data-overdracht kan dus bekabeld (buskabel, netwerkkabel) of draadloos gebeuren.